NIEUWEGEIN – Een bijzondere mijlpaal voor de Nieuwegeinse Sluizenloop. Dit jaar viert het hardloopevenement zijn 50e editie. De fanatieke Nieuwegeinse duursporter Willem Engel (72) deed aan alle edities mee. We spreken af bij Brasserie ’t Raadhuis met zijn vrouw, dochter en een oude hardloopvriend om samen terug te blikken op een leven vol hardlopen.
Hij liep 23 marathons, negen keer de Nijmeegse Vierdaagse en deed vijftig keer mee aan de Sluizenloop. Volgens zijn vrouw Bep en dochter Judith is de 72-jarige Willem Engel nog altijd niet klaar met rennen. “Ik vind het super bijzonder hoe hij het nog altijd volhoudt”, vertelt Bep met een brede glimlach.
Willem rent wekelijks meerdere keren. “We hebben geen idee waar zijn enorme sportdrang vandaan komt, maar hij gebruikte het vroeger, en misschien nog steeds, echt als uitlaatklep”, vertellen zijn vrouw en dochter. “Alle gedachten die hij heeft, kan hij kwijt tijdens het rennen.”
Het begin
Willems hardloopcarrière begon rond 1976. In Vreeswijk werd destijds een evenement georganiseerd waarbij deelnemers over een stuk water renden en daarna ‘Kolkwater’ dronken. Kolkwater is het water in de historische schutsluis van Vreeswijk, het drinken van kolkwater is sterk verbonden met de geschiedenis en tradities van Nieuwegein. Daar sloeg de vonk over. Niet veel later werd de eerste marathon georganiseerd. “Toen dacht Willem: ach, dat ga ik wel even doen”, vertelt Bep.
Niet veel later werd Willem vader, maar stoppen met lopen en trainen deed hij zeker niet. “Hij bleef maar trainen. Soms ging hij zelfs met de kinderwagen op pad”, vertelt Bep. “Dan gingen we samen naar Zeist, ik wandelend en Willem hardlopend.”
“Tijdens elke wedstrijd gaat de hele familie mee om te supporten”, aldus zijn vrouw. “We maken er iedere keer weer een feestje van.”
Overal rennen
Of Willem nu op vakantie is, thuis is of aan het werk, overal gaan de hardloopschoenen mee. “In zijn tijd als vrachtwagenchauffeur nam hij zijn schoenen altijd mee in de wagen”, vertelt Pascal Adelaar, een oude hardloopvriend van Willem. “Als de vrachtwagen werd gelost, ging hij even een half uur hardlopen.” Willem had daarom ook altijd hetzelfde motto: “Waar ik ben, loop ik en waar ik loop, daar ben ik.”
Hardloopgroep
Willem had jarenlang zijn eigen hardloopgroep, waarmee hij iedere zondag ongeveer vijftien kilometer liep. Trainen was volgens zijn vrouw niet iets vervelends, maar juist iets gezelligs. Vanaf 2006 liep ook Pascal Adelaar mee met de groep. “Het grappige is dat Willem eigenlijk nooit tegelijk met ons startte”, vertelt hij lachend. “Willem vond vijftien kilometer veel te weinig en liep eigenlijk standaard 21 kilometer.”
Volgens Pascal was dat geen probleem, want Willem haalde de groep altijd weer in. “Als Willem eenmaal bij de groep was, begon hij direct met zijn vragenronde en ging hij iedereen af”, vertelt hij. “De voetbalwedstrijd van het weekend was vaak het grootste onderwerp. Daar werd altijd uitgebreid over gesproken.”
Over het hardlopen zelf klaagde Willem nooit, vertelt Pascal. “Bij sommige mensen gaat het lichaam op een gegeven moment tegenwerken, maar bij Willem leek dat nooit zo te zijn.” Als de hardloopgroep de laatste meters naderde en de hartslag opliep, ging Willem vaak nog even door. “En dat terwijl hij al 21 kilometer in de benen had. Dat was werkelijk bijzonder”, vertelt Pascal.
Het virus gaat door
Het hardloopvirus van Willem is inmiddels ook overgeslagen op zijn schoonzoon en kleinkinderen, vertelt zijn dochter. “We gaan binnenkort voor de 29e keer naar Egmond aan Zee. Daar doen ze met z’n allen mee aan een loop”, vertelt Bep. “Dat is voor hem het allermooiste. Samen zijn met zijn familie. Daar wordt hij echt gelukkig van.”
Nog niet klaar
Nu Willem ouder wordt, merkt zijn vrouw dat het hardlopen iets minder snel gaat. Maar volgens Bep is Willem nog lang niet klaar met de Sluizenloop. “Er komt misschien ieder jaar een minuutje bij, maar stoppen doet hij zeker nog niet.”













