LOPIK – Burgemeester Laurens de Graaf (48) kondigde in juli na acht jaar burgemeesterschap zijn vertrek aan. Hoe heeft hij die periode ervaren en heeft hij bereikt wat hij zich had voorgenomen? Vandaag praten we met De Graaf in het eerste deel van een vierdelige serie.
De 48-jarige burgemeester kijkt terug op een bijzondere periode. De afgelopen jaren heeft hij zich volledig ondergedompeld in Lopik. Hoewel hij al ervaring had als bestuurder, was het burgemeesterschap nieuw voor hem en daarom in het begin best spannend. “Het eerste halfjaar heb ik me de rol van burgemeester echt eigen moeten maken”, zegt De Graaf. “Het was best even wennen, ik ben toen ook zes kilo afgevallen.”
Wat was voor u de belangrijkste motivatie om ooit burgemeester van Lopik te worden?
“Tijdens mijn studententijd zeiden medestudenten weleens: ‘jij moet burgemeester worden’. Ik ben namelijk erg sociaal en betrokken. Toen geloofde ik ze niet echt. Op de universiteit ben ik uiteindelijk gepromoveerd op het begrip ‘draagvlak’. En als burgemeester ben je natuurlijk ook steeds bezig met vragen als: waar is de meeste steun voor, welke kant gaan we op en hoe doen we dat samen?
Daarnaast heb ik me in die periode verdiept in de lokale democratie. Na een tijd lesgeven aan de universiteit besefte ik: je kunt er wel over preken, maar je kunt er ook zelf actief mee aan de slag te gaan natuurlijk. Toen de plek voor burgemeester vrijkwam dacht ik daarom: ik ga het proberen. En dat is gelukt! Ik heb veel enthousiasme, maar ben ook beschouwend en reflectief en ik houd van mensen – en dat past goed bij het ambt van burgemeester.”
En welke doelen had u toen u begon, en welke daarvan zijn volgens u bereikt?
“Na de eerste 100 dagen, waarin ik vooral veel heb geluisterd, heb ik een presentatie gehouden voor de gemeenteraad. Niet zo van: ‘dit moet allemaal veranderd worden’. Maar in die presentatie heb ik punten aangestipt waarvan ik vond dat we het er nog eens over zouden moeten hebben.”
Wat voor punten waren dat?
“Het eerste punt was: dat de organisatie te schraal was opgetuigd; er moesten eigenlijk mensen of middelen bij. Omdat we als gemeente met grote maatschappelijke uitdagingen te maken hadden en hebben, bijvoorbeeld rondom energie en klimaat. Dat riep de vraag op: kunnen we als kleine gemeente überhaupt eigenlijk wel zelfstandig blijven bestaan? Soms hadden we maar één ambtenaar die parttime betrokken was bij een thema. Hoe krijg je dan alles voor elkaar? Uiteindelijk is het gelukt om 2 miljoen euro extra los te krijgen, waardoor we zelfstandig konden blijven en meer konden oppakken.”
“Ook wilden we handhaving serieuzer nemen om de lokale rechtsorde beter te beschermen. Destijds hadden we één BOA met een halve aanstelling. Inmiddels hebben we twee lokale wijkagenten die actief zichtbaar aanwezig zijn.”
U noemde vier doelen. Wat waren de andere twee?
“Een belangrijk doel was om meer gesprek en dialoog te stimuleren, onder andere met open sessies waarin we elkaar makkelijker konden bevragen. Hieruit zijn een aantal concrete initiatieven ontstaan die het gesprek openen hebben gemaakt, denk aan ‘Bakkies in de buurt’. Dat zijn laagdrempelige gesprekken met jongeren en ondernemers over wat goed gaat en waar frustraties zitten. Maar ook heb ik voor de raad bijvoorbeeld een raadconferentie georganiseerd ter inspiratie, maar ook als verfrissing. Maar ook breder zijn er initiatieven ontstaan die het gesprek opener hebben gemaakt.”
“Daarnaast ligt onderwijs me na aan het hart. Vanuit mijn achtergrond als expert in lokale democratie wilde ik daar echt iets in stimuleren. Zo heb ik het kinderburgemeesterschap opgezet om burgerschap onder kinderen te bevorderen, daar ben ik tot deze dag super enthousiast over. Maar ook, en dat deden mijn voorgangers gelukkig ook al, gingen we jaarlijks in gesprek met dominees en leiders van gebedshuizen. Of met evenementenorganisatoren – van wie wij natuurlijk de vergunningen verlenen. Uiteindelijk is mijn overtuiging dat je relaties moet opbouwen in vredestijd. Zo versterk je de lokale democratie.”
Waar bent u het meest trots op als u terugkijkt?
“Dat is toch het kinderburgemeesterschap. Dat opent deuren en harten. Ik heb veel scholen bezocht en gesproken over respect en burgerschap – hoe we recht kunnen doen aan elkaar. Dat geven van onderwijs vond ik ook leuk vanuit mijn onderwijsachtergrond.”
In de gangen van het gemeentehuis wijst De Graaf nog even naar de foto’s aan de muur in de gang.
“Dat zijn de kinderburgemeesters van de afgelopen jaren. Het is toch geweldig dat raadsleden ook onlangs even goed hebben geluisterd naar wat de kinderburgermeester te zeggen had over wat er leeft onder kinderen. Die kinderburgemeester stelde toen zelf voor dat er met regelmaat een vragenhalfuurtje moet worden ingericht om de kinderburgemeester aan het woord te laten tegenover de raad. Daar moet nog een besluit over worden genomen. Uiteindelijk is de raad de baas over wat er in de gemeente gebeurt, trouwens, niet de burgemeester.”
Foto: Jennifer Lijcklama à Nijeholt















