LEKSTROOM REGIO – Echte ambachten bestaan bijna niet meer. In deze serie van Omroep Lekstroom komen ze aan bod. Dit keer duiken we in de geschiedenis van schoenen maken. Al is daar nu alleen nog als schoenhersteller brood mee te verdienen.
Schoenen werden al gemaakt sinds de mens rechtop ging lopen: met een stuk dierenhuid om je voeten kom je veel verder. Later kwamen daar ook houten klompen en rubberlaarzen bij. Sinds de industriële revolutie wordt alle schoeisel in fabrieken gemaakt. De gewone schoenmaker is overgestapt op het herstellen van kapotte schoenen. En begint er bijvoorbeeld een stomerij naast.
Shoester+
Eén van de weinige schoenmakers in deze regio heeft een winkel in Castellum, het centrum van Houten-Zuid. De gepensioneerde Piet bemand de zaak. “De eigenaar is met vakantie. Ik heb m’n hele leven als schoenmaker gewerkt, vind het leuk om mijn oude vak soms nog uit te oefenen.” De meeste schoenen worden weggegooid als ze versleten of kapot zijn. “Maar dure merkschoenen worden hier gebracht. Best veel, want ik heb het erg druk.”
Schoenmakersgilde
Shoester+ is aangesloten bij de stichting Schoenmakersgilde. Daar zijn alleen meesterschoenmakers bij aangesloten, om de kwaliteit te waarborgen. “De meeste schoenen die ik herstel, hebben een kapotte hak of het leer moet opnieuw op de zool gestikt worden. Maar er komen ook veel sneakers binnen, om grondig te reinigen.” Nu daar geen inkomen meer uit te halen is, doet Piet er van alles bij. “Kleding stomen, sleutels bijmaken, veters en riemen verkopen: het werk is er wel afwisselender op geworden!”
Foto: Shoester+













