IJSSELSTEIN- De demonstratie tegen het AZC bij voetbalclub IJFC is zonder noemenswaardige incidenten verlopen. Na een programma met meerdere sprekers op het terrein van Het Podium ging een grote groep demonstranten nog de stad in. Daar is knalvuurwerk afgestoken.
De plek van de demonstratie werd door de gemeente aangewezen omdat er rekening gehouden werd met flinke drukte. De sfeer was gemoedelijk: demonstranten van alle leeftijden liepen met drankjes en snacks. In de loop van de avond verplaatste de demonstratie zich naar het Fulcotheater.
Sprekers
Op het Podiumterrein werden de demonstranten toegesproken door enkele sprekers. De eerste spreker was burgemeester Weststeijn. Ondanks het verzoek van de organisatie om wederzijds respect werd ze door de demonstranten uitgejoeld. De burgemeester gaf aan dat ze de bezorgdheid van de bewoners zag en dat ze dit graag besprak tijdens een bewonersbijeenkomst die “op korte termijn gaat volgen.”

Als tweede was Remco Bloemheuvel, voorzitter van IJFC, aan de beurt. In tegenstelling tot de burgemeester werd hij onder luid applaus onthaald. Bloemheuvel vertelt dat hij snapt dat vluchtelingen een opvang nodig hebben, maar dat zijn club geen alternatieven heeft om alle wedstrijden te verzorgen zonder het veld waar het AZC op gepland staat. Bloemheuvel: “Onze eerste inzet is het vinden van een andere locatie. Ik vraag de gemeente dan ook om ons in dit proces mee te nemen.” Na Bloemheuvel volgden nog twee bezorgde bewoners. Zij hadden het over een “ondemocratisch besluit van de gemeente” en de zorg dat een tijdelijke opvang in een permanente opvang kan veranderen.
Fakkels, flitsen en Fulco
De demonstratie zou tot 20:00 duren, maar het programma was al rond 19:30 klaar. Veel demonstranten besloten dan ook om een stukje richting de stad te trekken. Ze hadden brandende fakkels bij zich en staken vuurwerk af. Voor het Fulcotheater verzamelden de demonstranten zich in een grote cirkel met een groot gat in het midden. Daar gooiden demonstranten vuurwerk in. De politie zag geen reden tot ingrijpen.
Foto’s en video: Thijs Vos












