HOUTEN – Heel toepasselijk verrees uit (gecontroleerd) vuur en waterstralen een monument ter gelegenheid van honderd jaar brandweer. Het eerbetoon is bedoeld voor alle brandweerlieden die de afgelopen eeuw actief zijn geweest voor het korps. Als klap op de vuurpijl reikte burgemeester Karen Heerschop ook een Koninklijke Erepenning uit aan vereniging De Vuurdoorn, waarin de (oud-)brandweerlieden zijn verenigd.
Decor voor het feest vormde de kazerne aan De Brug, een van de drie locaties voor Houten. Het fraaie gebouw staat in de top twaalf van mooiste brandweerkazernes ter wereld en ziet eruit als een reusachtige golf van glas en staal. De brandweer zit sinds 2000 in het pand, dat werd ontworpen door architect Philippe Samyn. Naast drieënveertig vrijwilligers beschikt het korps over de modernste apparatuur.
Enige schuimblusauto in de regio en commando-units
Recent is nog een reusachtige schuimblusauto toegevoegd. Die wordt ingezet bij complexe grote branden waar bijvoorbeeld gevaarlijke vloeistoffen bij zijn betrokken. De wagen heeft de afmeting van een grote vrachtwagen en is de enige in de Veiligheidsregio Utrecht. “Naast grote hoeveelheden blusschuim kan hij ook water verstouwen. Er gaat 10.000 liter per minuut doorheen”, vertelt wachtcommandant Lloyd Wulterkens. Ter vergelijking: de eerste handspuit uit 1926 kon 200 liter aan. “Het dakkanon op de auto kan honderd meter ver spuiten.” Eind dit jaar zet het korps hem in.
Ook beschikt de brandweer Houten over twee commando-units die worden ingezet als meerdere hulpdiensten tijdens een calamiteit bij elkaar moeten komen. Zo werd een van de units ingezet tijdens het incident met de tramschutter in Utrecht.
Als de kerkklok luidde, ging je naar de brand
Dat is wel even andere koek dan voor 1926, toen men met emmers water branden bluste en de veldwachter de bestrijding van branden coördineerde. “Als de kerkklok luidde ging je naar de brand”, vertelt Evert de Graaf, die dit jaar na 41 jaar dienst afscheid nam als vrijwilliger. “Er waren veel boerderijen met rieten daken die brandgevaarlijk waren. De burgemeester had een brandweerstaf en wees aan wie wat moest doen.”

Handspuit
Met paard en wagen reed de brandweer de enige handspuit naar de plek des onheils. Die handspuit bestaat nog steeds en speelt tijdens het jubileum vrijdag een hoofdrol in de openingsact. Er is buiten een gecontroleerd brandje waar mensen zich met emmers water rond verzamelen. Jeugdbrandweerlieden Timon Verwoert (15 jaar) en Sem Jillissen (13 jaar) zorgen, nadat het water met de hand is opgepompt, uiteindelijk voor de waterstraal en onthullen zo het monument. Om de jongens heen staan meer dan honderd (oud) brandweerlieden en familieleden.
Ook de jeugdbrandweer bestaat in 2026 namelijk 25 jaar en blijkt een goede kweekvijver. Toch zet het korps de jeugdopleiding tijdelijk op pauze. Er zijn niet genoeg jeugdtrainers. “We willen ons eerst beraden op wat er nodig is”, zegt Wulterkens.

Kleine vuurvreter
En dan te bedenken dat het allemaal begon met maar twintig brandweerlieden. Burgemeester Scholtens vond begin vorige eeuw dat er in het kader van de gemeentelijke brandbestrijding een volwaardige brandweer moest komen. Na een oproep reageerden 34 mannen, waarna het eerste korps werd samengesteld. Op 17 augustus 1926 was de vereniging een feit.
Het nieuwe korps vergde een investering van 4000 gulden. Burgemeester Karen Heerschop vertelt dat “een kleine vuurvreter” werd aangeschaft bij de oprichting van het korps. Dat is een motorspuit die per vrachtwagen werd vervoerd. Deze kon 750 liter per minuut verwerken, bijna vier keer zoveel als de handspuit. Pas in 1956 kwam er een dichte auto en zijn de teams in de auto beter beschermd tegen de kou.
Nooit klaar met leren
“In de eerste decennia werden veel hooibranden gemeld door hooibroei en branden op afgelegen boerderijen”, zegt oud-brandweerman Evert De Graaf. Daar was vaak weinig water in de buurt. Ook brak er in de loop van de eeuw twee keer brand uit bij kasteel Heemstede, een keer in 1951 op het terrein en een grote brand op 10 januari 1987. Het zijn maar enkele van de vele calamiteiten waarbij de brandweer in de loop van de eeuw is betrokken.
Veranderingen
Honderd jaar later is de kerkklok vervangen door de pieper. “De wereld verandert en de brandweer verandert mee”, zegt Wulterkens. Klimaatverandering bijvoorbeeld. Hij geeft als voorbeeld thuisbatterijen, waarvoor nieuwe apparatuur en nieuwe kennis nodig is. “We zijn nooit klaar met leren.”
Ook de maatschappij verandert. “Mensen zijn veeleisend en soms agressief”, zegt burgemeester Heerschop. Er zijn demonstraties en hennepplantages. Ook blijken dieven de technische ontwikkelingen bij de brandweer te volgen. “Tradities zijn veranderd”, zegt Wulterkens. “Vroeger werd de brandweerstaf geroofd, nu wordt het redgereedschap geroofd.”
Saamhorigheid
Onveranderd is de inzet van het korps, waaronder tegenwoordig ook steeds meer vrouwen (het korps telt er zes). “Ook tijdens het eten, feestdagen en verjaardagen worden ze opgeroepen”, zegt De Graaf. Vrijwilligers en betaalde krachten zijn vaak decennialang actief. Soms dienen meerdere generaties uit een familie bij de brandweer. Er is grote saamhorigheid en men zorgt voor elkaar. “We gaan met zijn allen en komen met zijn allen terug”, zegt Wulterkens.
Naast crisissituaties wordt veel aandacht besteed aan gezamenlijke bijeenkomsten. Wulterkens: “En naast de gezamenlijke spanning is er ook de opluchting als het goed is afgelopen, de grappen na afloop en de verhalen die men onderling deelt.”
Hij gelooft ook niet dat nieuwe technologie, zoals drones of robots, ooit het korps zouden kunnen vervangen. “Het kan ondersteunen, maar een robot kan nooit wat de mensen kunnen”, zegt Wulterkens stellig. “Het is mensenwerk en zal dat blijven”, zegt ook De Graaf.
Wie zich verder in de geschiedenis wil verdiepen, kan terecht op de website van Oud Houten. Rene Steehouder, al meer dan veertig jaar vrijwilliger bij de brandweer, verzamelde veel van het archiefmateriaal en stelde een tijdlijn op.
Foto’s: Omroep Lekstroom













