De verslaggevers van Omroep Lekstroom zijn de hele week in de regio te vinden om het nieuws te verslaan. Daarbij maken ze nog veel meer mee. Deze zomer kunt u wekelijks in deze column lezen wat dat zoal is.
Toen ik vorig jaar voor deze omroep ging werken, was meteen al duidelijk dat ik het nieuws in Houten zou gaan verslaan. Ik loop in deze gemeente namelijk al decennialang rond voor verschillende media. Eerst heel lang voor het Houtens Nieuws, toen voor de Zondagskrant (zolang die in deze provincie bestond) en daarna een tijd voor het AD. Ik ken inmiddels zoveel Houtenaren dat ik bijna altijd bekenden tegenkom, als ik even een boodschap ga doen.
Maar omroep Lekstroom is geen Houtens Nieuws of AD, merkte ik al snel. Collega’s uit Nieuwegein, IJsselstein en Lopik zijn net zo druk bezig in hun gemeenten. Allemaal hebben we weleens last van dubbele afspraken. Dus gaan we allemaal soms op pad naar een gebeurtenis in een andere gemeente. Zo stond ik foto’s te nemen in een bouwput bij City Plaza, had ik een leuk gesprek over toerisme in IJsselstein en maakte ik het Nederlands Kampioenschap Kolven (nee, dat is een soort Jeu de Boules) mee in Lopik.
Langzaam beginnen mij toch enkele verschillen op te vallen, tussen de Lekstroomgemeenten. Nieuwegein heeft steeds meer te maken met grote-stedenproblematiek, IJsselstein is een toeristische trekpleister en Lopik en Houten behouden graag het dorpse karakter. Inwoners van Nieuwegein benaderen me soms veel wantrouwender dan inwoners van de andere gemeenten. Alsof ze vaker te maken hebben met kwade bedoelingen. Dat heeft natuurlijk voor- en nadelen. Zij zouden inwoners van de kleinere gemeenten wellicht naïef noemen. Zelf ben ik wel blij om in een kleinere gemeente te wonen, al begint Houten wel erg groot te worden. Dus eigenlijk moet ik boven deze column zetten: ‘Houten lijkt net Lopik’.















