LOPIK – De Amerikaanse rivierkreeft zorgt in de Lopikerwaard voor problemen aan de oevers van sloten. De dieren graven gangen waardoor grond in het water terechtkomt en sloten ondieper worden. Ondertussen stopt rivierkreeftenvisser Jan de Waard (66) met zijn werk. Voor zijn opvolging hebben zich al 140 kandidaten gemeld.
De Amerikaanse rivierkreeft is een invasieve exoot die zich in Nederlands water bevindt. Het is niet de enige rivierkreeft, want er zijn naast de Europese rivierkreeft, nog zeven exotische soorten. Met uitzondering van de Turkse, komen de meeste uit de Verenigde Staten. In de Lopikerwaard zijn de dieren te vinden in de poldersloten. Daar graven ze gangen in de oevers. De grond die daarbij loskomt, belandt in het water.
Volgens kenner Ramona de Waard kan dat voor problemen zorgen. “Ze graven aan de zijkanten, alle grond die hierbij vrijkomt gaat de sloot in. Zo wordt de sloot ondieper.” Ook voor koeien kunnen de beschadigde oevers gevaarlijk zijn. “Als de koeien aan het water staan dan kunnen ze erin wegzakken,” legt Ramona uit.
Rivierkreeft naar horeca
Partner Jan de Waard vangt al jarenlang rivierkreeften in de polder. Hij verkoopt de vangst onder meer aan restaurants en horecagroothandels. Nu hij 66 is, wil hij het werk overdragen.
De zoektocht naar een opvolger is inmiddels in volle gang. Er hebben zich 140 mensen gemeld. Toch gaat het volgens Ramona niet alleen om iemand die goed kan vissen. De nieuwe visser moet ook weten hoe hij met het gebied omgaat. “Jan let altijd op wat hij doet. Die houdt rekening met de boeren, met het vee, met het land en het water.”
Niet zomaar de polder in
Dit contact met de omgeving is volgens Ramona belangrijk bij het werk. Een visser komt namelijk op plekken waar ook boeren werken en vee loopt. “Je moet rekening houden met de natuur en van wie de grond is”, zegt ze.
Een geschikte opvolger moet dus niet alleen de rivierkreeft weten te vangen, maar ook goed zijn weg kennen in de Lopikerwaard.
foto: Ramona en Jan de Waard














