IJSSELSTEIN – Helpt een gepersonaliseerd robothuisdier tegen eenzaamheid bij ouderen? Die vraag onderzocht Lisa Hordijk in haar scriptie aan de Universiteit Utrecht. Voor haar afstudeerproject gaf ze vier ouderen uit IJsselstein twee weken een robot in huis. “Ik heb echt geprobeerd om het leuk te vinden.”
Lisa’s master ging over de sociale en menselijke kant van informatica. Haar werkgroep over robots en robotdieren bracht haar op het idee voor haar scriptie. “Ik vond het interessant te onderzoeken welke impact een robot kon hebben op ouderen die mentaal nog helemaal helder zijn, maar fysiek beperkt”, vertelt Lisa. Ze vond vier participanten in woonzorgcentrum Mariënstein in IJsselstein. Met deze mensen, allemaal vrouwen van tussen de 60 en 70, besprak ze hun wensen en maakte ze een gepersonaliseerd robothuisdier.
Een robotdier in huis
Ze keek welke elementen van huisdieren mensen hielpen om zich minder eenzaam te voelen. Die implementeerde ze in de robots. Denk aan een lief gezicht, de grootte en het feit dat ze reageren. Dat robots hielpen bij mensen met dementie was bekend. Lisa wilde juist onderzoeken hoe dat was voor mensen die geen mentale klachten hebben.
Twee weken kregen de participanten hun proefdieren in huis: een aapje, een kat, een uil en een hond. “Maar toen ik ze bij hen langs kwam brengen, merkte ik dat ze hele hoge verwachtingen hadden. Met Google Home en Siri bestaan er al apparaten waar je echt mee kunt praten. Dat kon die van mij niet.” Lisa was beperkt tot wat ze via de universiteit kon bouwen, zowel technisch als ethisch gezien.
Verveeld
Toch stonden de ouderen allemaal open voor het technologische gezelschapsdier. De robot kon lopen, dansen en geluiden maken als iemand dichterbij kwam. De ouderen vonden de robots heel leuk, maar waren ook vrij snel verveeld, maakte Lisa uit de interviews op. Eén van de deelnemers in Lisa’s scriptie zegt: “Ik had er twee speldjes in gedaan. Dan had hij een wat vriendelijker gezicht.” Een ander: “Af en toe maakte hij een geluidje. Maar op een gegeven moment ging het me een beetje vervelen.”
Lisa: “Ze zeiden: als het een gesprekspartner zou zijn, kon je er veel meer mee. Als er meer functies aan werden toegevoegd, zagen ze er veel potentie in als gezelschapsdier.” Uitlaten en verzorgen van een echt huisdieren kunnen deze mensen niet: dus dan is een dier dat enkel stroom nodig heeft een uitkomst.
Kortom, concludeert Lisa: in een goed uitgewerkt concept waar je veel interactie mee kunt hebben, zit veel potentie. Wie haar scriptie wil nalezen, kan die vinden in het scriptie-archief van de Universiteit Utrecht.
Foto: Lisa Hoordijk.













