NIEUWEGEIN – Toen zijn dramadocent aan hem vroeg of dit festival niet iets voor hem was, kon Jan Junior dat alleen maar beamen. Anderhalf jaar later won de leerling van het Oosterlicht College zowel de eerste prijs als de publieksprijs op het Nationaal Filmfestival voor Scholieren. ‘Ik vermoedde wel dat we hoog gingen eindigen, maar dat we zouden winnen was echt een verrassing.’
Jan Junior is gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog. Eerdere films die hij maakte gingen hier ook over. Deze keer wilde hij een ander hoofdonderwerp – hoewel de oorlog nog steeds een rol speelt. In zijn film, ‘The spy where time doesn’t matter’, staat tijdreizen centraal. Het gaat over een geheim agent, Arthur The Hague, die de kleinzoon is van oorlogsheld Captain The Hague. Voor de Russen, die Arthur regelmatig dwarszit, is hij een doorn in het oog. Met een tijdmachine reizen ze terug naar de Tweede Wereldoorlog om Arthurs opa uit de weg te ruimen, zodat ze ook van hem af zijn. Arthur reist er achteraan in een poging dat te voorkomen.
Voor eerdere films die hij maakte verzamelde hij al aardig wat attributen. Een grote munitiekist bijvoorbeeld, en militaire helmen. “En op de Miltariabeurs in Houten kocht ik ooit een oude radioset. Het maakt niet uit dat ‘ie kapot is, hij ziet er goed uit.”
Historisch accuraat
Afgelopen zomer deed hij inspiratie op in oorlogsmusea in Normandië. De wapens die daar aan de muur hingen maakte hij minutieus na. “Mijn vader is techniekdocent”, vertelt Jan Junior, “hij nam een hoop houten latjes mee die over waren van schoolprojecten.” Die verfde hij bruin en maakte ze met tiewraps aan zwarte pvc-buizen vast, bij wijze van wapens. Aan de ingewikkelde materialen werkte hij dagen. “De film is historisch accuraat qua rekwisieten.”
Voor de uniformen had hij een gelukje op de rommelmarkt op Koningsdag in IJsselstein. “Ieder jaar staat daar iemand die oude legeruniformen verkoopt. Ze wilde net de spullen uit de zakken halen toen ik aan kwam lopen. Ze vroeg hoeveel ik er wilde. Ik heb toen de helft van de kraam opgekocht in de eerste vijf minuten dat ze er stond.”

Grappenmakers
Hij betaalde bijna alles uit eigen zak of met hulp van z’n ouders. Want met het budget van €50 dat hij van z’n dramadocent kreeg, kwam hij niet ver. “Daarvan hebben we wat dingen bij de GAMMA gekocht die we uiteindelijk niet hebben gebruikt”, lacht hij verontschuldigend. Het Oosterlicht droeg wel bij aan de kosten voor de muziekrechten.
Behalve acteren deed Jan Junior alles wat er komt kijken bij het maken van een film. Het scenario schrijven, locaties regelen, regisseren, filmen en editen. En, niet onbelangrijk: het casten van de acteurs. “Goede casting is de helft van het werk. Ik zie mijn klasgenoten al jaren, dus ik weet wie de grappenmakers zijn, wie de goede energie hebben om een rol goed te kunnen spelen.”
Eén kans
De film is opgenomen in en rond Nieuwegein. Jan Junior regelde dat ze mochten filmen in de Zeepfabriek (“een echte bad guy place”) en bij Fort Honswijk. Filmen met nepwapens mocht niet zomaar in de openbare ruimte, dus moest hij op zoek naar een privéterrein waar het wel mocht. Hij mailde alle forten in de omgeving en Staatsbosbeheer, om te filmen in het loopgravengebied. Met succes.
Jan Junior doet de stunts liever in het echt dan geëdit, dus ook dat was flink puzzelen. “Voor één scène moest de terminator van de Russen door een tafel heen vallen”, vertelt Jan Junior. “We zetten twee losse platen tegen elkaar met duct tape aan de onderkant en een matras eronder. Een groot blok konden we als vijfde poot gebruiken. We hadden maar één kans, maar het lukte.”

Eérst de muziek, toen de film
Jan Junior wist dat het moeilijk zou zijn om muziek te vinden die preciés onder de film zou passen. En een orkest had hij natuurlijk niet tot zijn beschikking. Daarom heeft hij zich laten leiden door de muziek. “Het script heb ik op de muziek geschreven. Meestal gebeurt dat andersom.”
Op naar Griekenland
De jury van het Nationaal Filmfestival voor Scholieren beloonde het maandenlange werk op zaterdag 26 september met de eerste prijs in de categorie middenbouw. Daarnaast kreeg hij in de schouwburg in Lelystad ook de Publieksprijs uitgereikt. Dat betekent dat hij op 30 november een week naar Griekenland mag voor het Europese Filmfestival voor Scholieren. Jan Junior kijkt ernaar uit. Want dat hij verder wil in de filmwereld, is hem duidelijk. Hij wil graag naar de Filmacademie in Amsterdam. “Mijn droombaan is om regisseur te worden van fictiefilms.”
Maar nu eerst: opruimen. Zijn kamer is nog één grote hoop aan helmen, wapens, het tijdreiskoffertje en uniformen. “Mijn moeder vraagt steeds wanneer ik mijn kamer nou eens ga opruimen. En mijn vader zegt: wanneer ga je die troep weggooien?”, zegt hij lachend. “Die wil weer ruimte hebben in de garage om te klussen.”
Benieuwd geworden naar de film? Bekijk hem hier:
Foto’s: Jan Junior van Paassen.















