HOUTEN – De kelk die deze week uit de kluis van de RK kerk in Houten werd gestolen, was geschonken onder de voorwaarde dat deze aan een nieuwe pastoor gegeven zou worden. De kelk was van een Houtense priester, die de oorlog niet overleefde omdat hij bij het verzet ging.
“Mijn heeroom Marinus van Rooijen was tijdens de Tweede Wereldoorlog gevestigd in ‘s Heerenberg”, vertelt Ries van Rooijen. “Dat is aan de Duitse grens. Toen hij in verzet kwam tegen de bezetters, werd hij in 1942 opgepakt en een jaar later vermoord.” Een collega-priester stuurde toen zijn bezittingen, wat meubels en huisraad, naar zijn ouders in Houten.
Bijzondere kelk
Eén van de bezittingen was een bijzondere kelk, waar Marinus tijdens de kerkdiensten wijn uit dronk. Zijn ouders besloten de kelk aan de katholieke kerk in Houten te schenken. “Maar dat was dan wel op voorwaarde dat de kelk aan de volgende pastoor gegeven zou worden. Daar is het nooit van gekomen. De kelk stond al die tijd al in de kluis. Hij werd er wel uitgehaald om te gebruiken tijdens eucharistievieringen op hoogfeesten, ter ere van Marinus. Na gebruik werd hij weer in de kluis opgeborgen.”
Snel handelen
Na de inbraak, die vooral emotionele waarde heeft, raadde de politie het kerkbestuur aan om snel zoveel mogelijk publiciteit te zoeken. Ries: “Dan is er nog kans dat de daders lezen dat het hen niks oplevert. Misschien komen ze dan op het idee om de boel maar terug te brengen, naar mensen die er wel om geven.” Tot op heden is er helaas nog niets teruggebracht.
Foto: Charles Verwimp













