HOUTEN – De Parochie PJ23 looft een beloning uit aan de tip die leidt tot het terugvinden van de gestolen voorwerpen uit de Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopnemingkerk. Het meest waardevolle voorwerp, de kelk van verzetsheld Marinus van Rooijen, is nog altijd niet teruggevonden. Via Facebook kwam de parochie in contact met een stichting die hen mogelijk wil helpen.
Eerder al deed de reddingsbrigade een uitgebreide zoekactie in de sloot, maar die was tevergeefs. Op de plek werden eerder al objecten teruggevonden. De hoop is dat een metaaldetector de gestolen voorwerpen vindt als ze dieper onder de bodem liggen. Na een oproep op Facebook kwam Charles Verwimp, vicevoorzitter in de parochie, in contact met Stichting gevonden-verloren.nl. Dit team van vrijwilligers, allemaal in het bezit van een metaaldetector, helpt mensen hun verloren voorwerpen terug te vinden. Verwimp is met hen in contact over het optuigen van een zoekactie in de sloot in Houten-Zuid.
Twee theorieën
Een theorie waar de kerk rekening mee houdt, is dat de dieven op zoek waren naar geld. Toen ze de kluis niet open kregen, namen ze voorwerpen mee. Verwimp: “Mogelijk hebben ze toen bedacht: dit zijn vergulde spullen, het is een moeizaam proces om het goud eraf te krijgen. Omdat we vrij veel media-aandacht kregen weet heel Nederland bovendien dat dit spullen zijn van een kerk, die niet zomaar omgesmolten mogen worden.” De daders zouden daarom gedacht hebben: we gooien het maar in de sloot.
Het andere scenario is dat de daders enkel de goedkopere spullen hebben geloodst en de duurdere spullen nog in bezit hebben. Bij de politie loopt het onderzoek nog. Zij hebben de spullen die eerder werden teruggevonden momenteel in handen.
Hoge beloning
De parochie spreekt van een ‘hoge beloning’ voor tip die leidt tot het terugkrijgen van de kelken, kandelaars en monstransen die nog niet zijn teruggevonden. Verwimp: “De voorwerpen zijn allemaal verzekerd voor een bepaalde waarde. De hoogte van de beloning wordt vastgesteld naar rato van de waarde die ze nog hebben als ze terugkomen.”
Foto: Charles Verwimp















