LEKSTROOM REGIO – Wie moeite heeft met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden loopt daar niet altijd direct mee te koop. Tijdens de Week van Lezen en Schrijven, van 8 tot en met 15 september, is er daarom extra aandacht voor laaggeletterdheid. “De meerderheid heeft Nederlands als moedertaal.”
Laaggeletterdheid betekent niet dat iemand helemaal niet kan lezen of schrijven. Volgens Manon Ruys, taaldocent bij de Bibliotheek Lek en IJssel, kunnen mensen zich vaak jarenlang prima redden. Problemen ontstaan bijvoorbeeld wanneer iemand een brief van de gemeente moet lezen, een formulier moet invullen of digitaal iets moet regelen. “Het wordt pas echt zichtbaar als de noodzaak komt en er gaten vallen”, vertelde Ruys in het radioprogramma Tempus van Omroep Lekstroom.
Nederlands als moedertaal
Het beeld dat laaggeletterdheid vooral voorkomt bij mensen die niet in Nederland zijn geboren of laagopgeleid zijn, klopt volgens Ruys niet. De meerderheid heeft Nederlands als moedertaal. Ook mensen die gewoon werken kunnen moeite hebben met taal, rekenen of digitale vaardigheden.
Uit het nieuwste PISA-rapport, een internationaal vergelijkend onderzoek, blijkt bovendien dat de leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen verder is gedaald. Nederland scoort voor het derde onderzoek op rij onder het gemiddelde van de OESO-landen. Volgens het onderzoek heeft een meerderheid van de 15-jarigen inmiddels een leesniveau dat in 2018 nog bij 14-jarigen werd verwacht. Vooral kritisch lezen, informatie beoordelen en nuance begrijpen worden steeds belangrijker.
De cijfers laten volgens Ruys zien hoe belangrijk goede taalvaardigheid is. “Het wordt een steeds groter probleem in deze maatschappij.”
Soms wordt het probleem pas later duidelijk. Bijvoorbeeld wanneer iemand een nieuwe baan zoekt en moeite heeft met een sollicitatiebrief of met programma’s als Word en Excel. Ook het krijgen van kleinkinderen kan een moment zijn waarop iemand merkt dat voorlezen lastig is.
Hulp in Houten en Lopik
In Houten kunnen inwoners terecht bij het Taalhuis. Daar kunnen mensen onder meer oefenen met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Ook onderwerpen als bankzaken, nepnieuws en het omgaan met appjes en e-mails komen aan bod.
Iedere maandagochtend is er in Houten een spreekuur met Ruys voor mensen die vragen hebben over taal, voor zichzelf of voor iemand in hun omgeving. Daarnaast werken vrijwilligers als taalmaatje en worden digitale cursussen georganiseerd.
Ook in Lopik zijn activiteiten rond de Week van Lezen en Schrijven. Zo was er op woensdag 9 september in de bibliotheek BoekStart Voorleespret, voor kinderen van 0 tot 4 jaar en hun ouders of verzorgers. Het thema was ‘jarig zijn’, met het prentenboek Dikkie Dik is jarig.
Mensen betrekken
Volgens Ruys is het belangrijk dat mensen zich niet hoeven te schamen voor hun moeite met taal. “Voor mensen die niet laaggeletterd zijn, is het heel moeilijk om zich in te leven in mensen die dat wel zijn.”
De Week van Lezen en Schrijven moet daarom volgens Ruys niet alleen mensen bereiken die hulp nodig hebben, maar ook zorgen voor meer begrip. De lokale bibliotheken en het Taalhuis kunnen inwoners helpen om zelfstandiger en zekerder te worden in het dagelijks leven.
Foto: ter illustratie













