LOPIK – Een rijksmonument tussen de boerenvelden in de gemeente Lopik vertelt een verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Het gaat om een zendstation, een van de grootste van Nederland. Met twee gloednieuwe radiozenders waren de Duitsers het begin van dit zendstation… en ook bijna het einde.
Wanneer de geallieerden de bevrijding van Nederland inzetten, stond het zendstation aan de Hogebiezendijk op scherp. De Duitsers maakten bijna vijf jaar lang gebruik van de twee radiozenders, maar zij gunden de Nederlanders dit na de bevrijding niet. In de laatste weken van de oorlog legden Duitse eenheden daarom explosieven onder de twee zendmasten, klaar om de boel plat te leggen.
Een onbekende Oostenrijks-Duitse technicus maakte er echter zijn persoonlijke missie van om de masten te redden. Tijdens een onbewaakt moment in de nacht verwijderde hij de ontstekers. Dankzij zijn ingrijpen overleefden de zendmasten, het gebouw en alle kostbare apparatuur de oorlog.

Droom van Nozema
De Nederlandsche Omroep Zender Maatschappij (Nozema) had voor de oorlog één doel: de Nederlandse omroepen groot maken. In de beginjaren bezat Nozema nog geen eigen materiaal. Zij huurde zenders van de NSF en de PTT en mochten deze als enige beschikbaar stellen aan de omroepen. Al snel startte Nozema de bouw van eigen stations. Hun eerste proefzendstation was Jaarsveld, in de gemeente Lopik. Deze locatie bleek zo effectief dat minister Gerbrandy persoonlijk een brief aan de koningin stuurde om te zorgen voor een nieuw, groter zendstation.
Dat kwam er. In 1939 begon de bouw van de twee middengolfzenders aan de Hogebiezendijk. Het was een groot symmetrisch gebouw, waarbij beide zijden elkaars spiegelbeeld vormden voor de twee zenders. De bouw moest in april 1940 klaar zijn, maar de oorlog vertraagde het proces. De strijd kostte arbeidskrachten en de productie van apparatuur in fabrieken viel stil. Desondanks kreeg Nozema het voor elkaar om eind 1940 voor het eerste uit te zenden.

Onder Duits bewind
Die eerste uitzending liep niet zoals verwacht. De testuitzending op 13 oktober 1940 diende namelijk de Duitse belangen. Daarna ging het snel. Slechts enkele maanden later grepen de Duitsers de volledige macht over de Nederlandse zendstations. Via het Verordeningenblad van 27 december 1940 hief het Rijk Nozema volledig op. Het Duitse Staatsbedrijf der PTT nam al het personeel en alle bezittingen direct over. Het zendstation veranderde in een belangrijke troef voor nazipropaganda. Onder zware beveiliging hielden de bezetters het gebouw tijdens de oorlog bezet.

De zenders kregen de namen Lopik I en II en werkte als de officiële Duitse stem in de regio. De bezetter verbood het luisteren naar andere zenders. Hun belangrijkste doelwit? Radio Oranje. Deze zender vormde het houvast voor de Nederlandse bevolking, met toespraken van de koningin en ook minister Gerbrandy. De Duitsers bedachten een truc om deze uitzendingen onschadelijk te maken: ze zetten het kleine zendstation in Jaarsveld in als stoorzender. Door een constante piep uit te zenden op exact dezelfde frequentie als de Engelse radio, maakten zij de stemmen uit Londen onverstaanbaar. Hierdoor bleef de Duitse radio voor veel luisteraars de enige bruikbare bron.

De bevrijding en daarna
Bijna vijf jaar lang bediende Nederlandse personeel de machines onder het toeziend oog van de Duitsers. Zij poetsten de vloeren, onderhielden de techniek en verzorgden de uitzendingen. DIt personeel verzamelde zich na de bevrijding op de trap van het gebouw waar zij de hele oorlogstijd hadden gewerkt.
Op dit moment is het zendstation een herkenningspunt in de regio. Het is een gebouw dat er vandaag de dag misschien niet meer had gestaan zonder die ene onbekend gebleven Oostenrijks-Duitse technicus.
Na de bevrijding speelde het zendstation nog decennialang een hoofdrol voor de Nederlandse radio en televisie. In 2010 sloten de deuren definitief, maar als rijksmonument blijft het verhaal van de Hogebiezendijk voor altijd behouden.















