IJSSELSTEIN – De een wil bij de politie, de ander wil lopen zonder last en weer een ander komt vooral voor de gezelligheid. Op vrijdagochtend verzamelt een divers gezelschap Lekstromers zich in de Utrechtsestraat in IJsselstein voor een uurtje hardlopen. In deze (zondag)serie van Omroep Lekstroom volgen we verschillende inwoners op hun weg naar de Linschotenloop op 20 december.
Lees ook deel 1, 2, 3, 4 en 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 en 12 van de serie.
“Ik voelde me zo’n slome moeder”, zegt Chantal (43) lachend. De training is al even onderweg en ze rent in de voorhoede van de groep. De ochtend is grijs en koud, maar ze heeft het inmiddels warm genoeg om haar vest om haar middel geknoopt te hebben. In de zomer ging ze met haar dochter mee, die trainde voor de clubkampioenschappen van de atletiekvereniging. Haar dochter van 10 jaar spurtte ervandoor, zij ging er op de fiets achteraan. “Ik dacht: daar moet verandering in komen. Dus toen heb ik me direct aangemeld”, vertelt ze. Inmiddels zou het zomaar kunnen dat ze sneller is dan dochterlief. Maar kunnen uitproberen heeft ze dat nog niet. “Tot nu toe heeft ze elke keer geen zin”, zegt ze grijnzend. “Doe ik netjes mijn huiswerk, wil zij niet mee!”
Chantallengroep
Chantal startte in september en het verbaast haar hoe snel haar conditie verbetert. “Ik ben best trots op mezelf! Ik kan 5 kilometer hardlopen zonder buiten adem te raken.” Met twee vriendinnen gaat ze nu ook af en toe rennen. Je verzint het niet – maar die heten allebei ook Chantal. “Eens per maand spreken we af. Volgende week gaan we bij de Nedereindse plas lopen.” Geen Linschotenloop voor Chantal – de georganiseerde loopjes trekken haar niet. “Ik houd niet zo van die massale evenementen. En ze zijn ook snel uitverkocht.”
Sukkelig
Lisa (21) daarentegen is laaiend enthousiast over haar eerste echte loopje in maart. Bij de Linschotenloop kan ze er niet bij zijn, maar samen met haar ouders schreef ze zich in voor de Zandvoort Circuit Run in maart. “Ik wilde me heel sukkelig inschrijven voor de 5 kilometer”, vertelt ze, “maar toen zei papa: we gaan gewoon de 12 doen met z’n drieën.” En haar gevoel bij dat vooruitzicht is iets wat ze eerder nooit had voorzien: ze heeft er zowaar zin in. “Toen ik hier begon, haatte ik hardlopen. Maar nu vind ik het stiekem toch wel heel erg leuk.”
Tijdens het tweede blokje van 9 minuten kon ze Chantal bijbenen. Maar in het derde blokje doet ze het iets rustiger aan en laat ze zich iets terugzakken. Wat ze leerde in de loopgroep: je kunt meer dan je denkt. “Ookal zijn de anderen bekaf, ze stoppen niet met lopen.” Daar had ze in het begin veel moeite mee. “Dan stopte ik gewoon. Maar ik heb geleerd: je kan beter op een rustiger tempo doorlopen.”
(wordt vervolgd)













