IJSSELSTEIN – De een wil bij de politie, de ander wil lopen zonder last en weer een ander komt vooral voor de gezelligheid. Op vrijdagochtend verzamelt een divers gezelschap Lekstromers zich in de Utrechtsestraat in IJsselstein voor een uurtje hardlopen. In deze (zondag)serie van Omroep Lekstroom volgen we verschillende inwoners op hun weg naar de Linschotenloop op 20 december.
Lees ook deel 1, 2, 3, 4 en 5, 6, 7, 8 en 9 van de serie.
“Voor het hardloopschema was dat niet zo goed”, geeft Mus (28) me aan het begin van de training toe. Ze heeft net drie weken het herfstweer ontvlucht. Op vakantie in Mallorca. “We hebben gekeken: waar is zon? En waar kunnen we nog heen?” Door de temperatuur en heuvels zag Mus buiten rennen niet zitten. De loopband bood uitkomst. Want met de 7,5 kilometer tijdens de Marathon van Amsterdam in het verschiet, wilde ze wel in conditie blijven.
En die wedstrijd op 18 oktober ging verrassend goed. “Blijkbaar werkt het trainen”, lacht Mus. “In eerste instantie was mijn doel om hem uit te rennen. Toen ik hem ging doen, dacht ik: ik ga hem in 50 minuten rennen. Uiteindelijk deed ik het in 46 minuten!” En wat is nou leuker, rennen in Amsterdam of in IJsselstein? “Het is heel leuk dat je op plekken rent waar je normaal rijdt met een auto of een tram. Maar voor de ondergrond en de rust zou ik zeggen: lekker hier. Trainen in de drukte van Amsterdam zou ik een stuk ingewikkelder vinden. Dan sta je om de zoveel meter voor een stoplicht.”
Drie manieren om sneller te gaan
Eén van de redenen van mensen om bij de loopgroep aan te haken, is techniek, weet Ronald van REactive uit een enquête die hij eens hield onder de deelnemers. Tijdens de eerste stop legt Ronald de wielbeweging uit die je been maakt tijdens het rennen. Om de lopers zich daarvan bewust te maken, doet hij een oefening voor. “We doen een lichte kniehef. Zorg dat je rechtop blijft!” In rijtjes rent de groep knieheffend over een parkeerplaats, en vervolgens hakkebillend.
“Wat zijn manieren om sneller te gaan?”, vraagt Ronald de groep. Meer voorover hellen, weten ze. En iets met je armen? “Door je armbeweging actiever te maken, ga je sneller”, vult Ronald aan. En ten derde versnel je door kortere passen te nemen.
Mét slagroom
De training is tamelijk intensief: lange stukken rennen in een oefening die Ronald home sweet home noemt. In 8 minuten heen rennen, en dan in 7 minuten terug zijn op hetzelfde punt. Sneller zijn op de terugweg dus. Én een hoop calorieën verbranden. “Dat zweeft in zo’n wolkje boven m’n hoofd!”, roept iemand lachend uit tijdens de cooling down. Het waren er vandaag genoeg voor een cappuccino mét slagroom na de training.
(wordt vervolgd)
Foto: Dirk Hooijer.













