IJSSELSTEIN – De een wil bij de politie, de ander wil gezond blijven en weer een ander komt vooral voor de gezelligheid. Op vrijdagochtend verzamelt een divers gezelschap Lekstromers zich in de Utrechtsestraat in IJsselstein voor een uurtje hardlopen. In deze (zondag)serie van Omroep Lekstroom volgen we verschillende inwoners op hun weg naar de Linschotenloop op 20 december.
Elma Sandee is bezig de stoep te vegen. “Anders lopen ze alle bladeren naar binnen!”, legt ze uit. De enthousiaste voedingsdeskundige van REactive verwacht over een kwartier dertien lopers uit IJsselstein en omstreken van de loopgroep die ze begeleidt. Sommigen rennen al jaren mee, anderen lopen voor het eerst hard. De een gaat voor een hele marathon, een andere voor een halve. Anderen gaan voor 5 of 10 kilometer. Of simpelweg: blessurevrij sporten.
Lisa is de eerste die aankomt. Ze is net twee weken op vakantie geweest (“Barcelona!”) en heeft weinig gelopen in de zomer, dus het wordt weer even opstarten. “Hoe oud ben jij ook weer?”, vraagt Elma aan Lisa. “Voor een vriend van me van 40 ben ik nog op zoek naar een vriendin.” “21”, antwoordt Lisa. “Haal mij maar van de lijst!”
Langzaam druppelen er meer lopers binnen. Voor sommigen is het een weerzien na de zomer, anderen maken voor het eerst kennis. “Jou moet ik even een knuffel geven!”, roept Elma als Roos (39) binnenstapt. Na drie jaar afwezigheid rent ze voor het eerst weer mee. Door een blessure na een lelijke val en allerlei omstandigheden was ze er even tussenuit. “Nu dacht ik: ik wil weer meer ruimte voor mezelf. En hardlopen vind ik heel fijn. Ik word blij van in de natuur zijn. Dit is voor mij echt een manier om m’n hoofd leeg te maken.”
Achtervolging in een maïsveld
Na een warming-up en stretchen rent de groep een eerste blokje van drie minuten. Het valt Lisa niet tegen hoe het gaat. Ze loopt met een duidelijk doel: ze wil bij de politie. “Ik begon hier met de instelling: ik haat hardlopen, ik heb er helemaal geen zin in.” Maar dat veranderde. “De tweede keer zei ze: ik vind het stiekem toch wel leuk”, zegt een langsrennende Elma. “Ik kijk er inmiddels elke keer wel naar uit om hard te lopen”, bevestigt Lisa. “En ik merk veel progressie!” De 5 kilometer is haar streven. En voor de sporttest van de politie moet ze voor de Coopertest binnen twaalf minuten minstens 1,9 kilometer kunnen afleggen. “Ik had me ingeschreven, alleen kan ik nu nog niet beginnen omdat ik nog geen diploma heb. Maar ze waren wel heel lovend. Ze zeiden: zorg dat je afstudeert!”
Al sinds haar twaalfde wil ze bij de politie. “Vroeger vond ik het nog leuk om boefjes te vangen. Nu vind ik het heel mooi werk om mensen te helpen en er te zijn voor de maatschappij.” Ze heeft inmiddels een paar keer meegelopen. En gemerkt hoe belangrijk een goede conditie is. “Ik was een keer bij een achtervolging in een maïsveld: dat gaf heel veel adrenaline. Toen merkte ik echt dat je veel conditie nodig hebt. Want we bleven maar rennen.” Ook als je uitgeput bent, moet je door. “Ik merkte wel echt dat trainingen hier hadden geholpen om dat ook uit te kunnen houden.”
Hele dag energieker
De eerste stop benut Elma om een oefening uit te leggen. “Als je teveel achterover leunt, moet je steeds je gewicht over je standbeen heen tillen. Dat is veel belastender en minder efficiënt!” Netjes stelt de groep zich op in rijtjes van drie. Na Elma’s startsein rennen ze een stukje meer voorover gebogen.
Voor Erik-Jan zijn de techniekoefeningen nieuw. Hij is net begonnen met lopen. “Ik heb geen idee of ik het goede tempo loop. Volgens mij ga ik te hard”, zegt hij lachend. “Maar ik loop nog niet met m’n tong op m’n schoenen, dus ik denk dat het goed gaat.” Hij is meer een mountainbiker. Dat doet hij vaak op de Utrechtse Heuvelrug. “Maar dan ben je toch gauw een paar uur zoet.” Hij zocht een sport die hij ook doordeweeks kon doen, voor of na werk. Bij voorkeur ’s ochtends. “Daar voel je je de hele dag energieker door.” Zijn doel? “Het voelt wel alsof de 5 kilometer erin zit. Maar het scheelt ook dat ik lang ben. Als ik wandel, ga ik al 6,5 km per uur. Dus als ik een klein beetje ga joggen, ga ik al best snel”, zegt hij grijnzend.
(wordt vervolgd)
Lees volgende week over Figou (28), die in mei startte met lopen en volgende maand een hele marathon rent; en Irma (67), die elke vrijdag speciaal uit Nieuwegein naar IJsselstein afreist.
Foto: Dirk Hooijer.














