LEKSTROOM REGIO – Het aantal meldingen van rattenoverlast nam het afgelopen halfjaar toe of bleef gelijk in alle Lekstroomgemeenten. Dat blijkt uit cijfers van de Rattenmonitor, een dataverzameling van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De meeste meldingen komen uit Nieuwegein.
Wel moeten we voorzichtig zijn met deze cijfers, waarschuwt Patrick Kramer van ongediertestrijding Jonker, die ook in de Lekstroomregio opereert. “In de zomer blijft het langer licht en zitten mensen meer in de tuin, waardoor ze ook meer worden opgemerkt”, legt hij uit. De rattenoverlast is logischerwijs het grootst in de grote steden van het land. Maar als je het aantal inwoners afzet tegen het aantal meldingen, komen er meer meldingen uit de landelijke gebieden. “Daar vind je de rattenoverlast vooral bij de plaatsjes langs de Lek”, ziet Patrick. Naast het water trekt ook voer voor dieren ratten aan. “Als mensen kippen, konijnen of een composthoop in de tuin hebben, is daar voer te halen.” Een kippenhok ‘ratdicht’ maken is een flinke investering, die niet iedereen ervoor over heeft.
Toch zou preventie het beste zijn, vindt Patrick. “Bestrijding is geen duurzame oplossing. Uiteindelijk moeten we zorgen dat de leefomgeving zelf onaantrekkelijk wordt voor ratten.”
Overlast bij boeren
Een grote groep die te maken heeft met ratten zijn agrariërs. Vroeger mochten zij zelf bestrijden, legt Patrick uit. “Tegenwoordig hebben ze extra certificeringen nodig om dat zelf te mogen doen. Dat maakt het moeilijker voor boeren om zelf de rattenpopulatie te bestrijden, wat ook voor overlast in de omgeving zorgt.” De regels rondom inzet van biociden zijn strikter geworden omdat die het milieu te veel belasten. Vergiftigde ratten en muizen kwamen bijvoorbeeld in roofvogels terecht. Bovendien is mechanische bestrijding, zoals vallen en klemmen, diervriendelijker. Dat is dus tegenwoordig het uitgangspunt. Nadeel is wel, vanuit het perspectief van degene die overlast ervaart, dat het minder effectief is.
“Als je boer bent, heb je ratten.” ~ Pieter Bogaard
Vangkooitjes
Pieter Bogaard, die een biologisch melkveebedrijf heeft in Polsbroek, herkent het probleem. “Als je boer bent, heb je ratten”, weet hij. Ze komen voornamelijk bij de melkrobot, omdat hij daar voer heeft. “Daar heb ik vangkooitjes staan, waar er heel af en toe eentje in zit.” Als er heel grote overlast heeft, schakelt hij een jager in. Die komt dan schieten met een nachtkijker en een demper.
De rattenoverlast is nog niet onbeheersbaar, ziet Patrick, maar voor de oplossing is medewerking van ieder individu nodig. “Zolang er geen voedsel en schuilplaatsen zijn, gaat de populatie vanzelf omlaag.”
Foto: G. Scott Segler., CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.













