NIEUWEGEIN – De komende drie jaar worden het bezoekerscentrum en expositiecentrum van Museum Vreeswijk vernieuwd. Met de uitbreiding wil het museum niet alleen de lokale geschiedenis en de binnenvaart beter vertellen, maar ook een breder verhaal schetsen over de ontwikkeling van Nederland als waterland.
Het vernieuwde museum zal bezoekers meenemen naar een periode waarin Nederland grotendeels uit moeras bestond. “Vroeger verplaatste men zich met kano’s gemaakt van boomstammen door het landschap”, vertelt directeur Jack Grondel van Museum Vreeswijk. Van dat moeras zullen bezoekers in de toekomst iets gaan ervaren in het Museum. In de tentoonstelling wordt zichtbaar hoe het landschap zich ontwikkelde tot een netwerk van waterwegen, met sluizen en knooppunten, wat de handel ten goede kwam. “Langzamerhand ontstonden kortere en efficiëntere vaarroutes en werd de scheepvaart steeds moderner.”
Van moeras tot waterinnovaties
Al jaren is het museum een karakteristiek openluchtmuseum in Nieuwegein, waarbij de scheepvaart centraal staat. In de toekomst moet het museum dus een nog breder en rijker verhaal gaan vertellen, vertelt Grondel. “We nemen bezoekers mee vanaf het moerassige landschap in de Romeinse tijd, via de nederzettingen van de Friezen, het graven van kanalen in de regio, zoals het Merwedekanaal, tot aan de ontwikkeling van sluizen en meer. Ook is er veel aandacht voor de verschillende ambachten in de scheepvaart en kun je meevaren op een rondvaart.”
Toekomst
In het vernieuwde Vreeswijk zal ook aandacht zijn voor de toekomst van de scheepvaart. “Schepen worden steeds breder, onder andere door toenemende droogte. Maar denk ook aan de opkomst van onbemande schepen. En hoe de techniek zich nog meer ontwikkelt.”
Er staat komende jaren genoeg op de planning, vertelt Grondel. Niet alleen worden er educatieve programma’s ontwikkeld in samenwerking met het Museum ook zijn er samenwerkingen met onder andere Rijkswaterstaat om aandacht te besteden aan de ontwikkeling van waterveiligheid.
Rond 2030 moet de verbouwing klaar zijn.
Beeld: Museum Vreeswijk














