NIEUWEGEIN – Dit weekend werd er verder gesproken over het fragiele bestand tussen Amerika en Iran. Helaas tot nu toe zonder resultaat. De problemen voor Iraniërs in Nederland waren toch al niet weg. Een aantal maakt zich grote zorgen over familie in het thuisland. Dana is een van hen en we spraken haar in haar woonplaats Nieuwegein.
Dana* woont al sinds de jaren negentig in Nederland, waarvan een groot deel in Nieuwegein. Op het moment dat we haar treffen heeft ze een bankje tussen de bomen opgezocht, waar ze geniet van de rust na haar werk in de zorg. Ze vertelt over haar broer en vader die net als een oom en tante en neef en nicht in Iran wonen. Internet en telefonie worden er geblokkeerd, zodat communicatie met de buitenwereld onmogelijk is: “Op dit moment heb ik geen contact, dat is al sinds 1 januari zo”, vertelt Dana. “Dat vind ik moeilijk. Vijftien jaar geleden overleed mijn moeder en ik ben de oudste. Ik zie de zorg voor mijn familie ook als mijn verantwoordelijkheid.”
Dana geniet van de voorjaarsbloesem
Huis overburen gebombardeerd
Ze maakt zich met name zorgen over haar vader die ver in de tachtig is. Dana zucht: “Mijn vader heeft zorg en emotionele ondersteuning nodig. Eergisteren zag ik op het nieuws dat het huis tegenover mijn vader is gebombardeerd. Ik weet niet waar mijn broer of vader zijn. Ik kan op dit moment niks voor mijn dierbaren doen.”
Ze probeert niet altijd naar het nieuws te kijken. “Ik moet boven water blijven”, verklaart ze. Daarnaast zijn haar kinderen hier: “Voor hen is het ook niet gemakkelijk, ze zien ook het nieuws. Ik moet dus ook thuis iets voor hen doen.”
Als ze hopelijk binnenkort weer contact met hun dierbaren kunnen opnemen, is er nog een hindernis: “Voor een minuut betaal je ongeveer tien euro”, legt Dana uit. “Dat is voor mensen in Iran heel kostbaar. En er is op dit moment geen mogelijkheid om iets met de post te sturen.”
Multi-culturele groep
Naast haar werk en het moederschap, probeert Dana ook andere landgenoten uit de regio te steunen. Iedere week komen mensen uit Iran en andere landen in de regio bij elkaar. “Ik probeer de mensen emotionele ondersteuning te geven om het hoofd boven water te houden. Als mensen komen zijn ze vaak verdrietig en boos. Ze willen alleen maar over de situatie praten. We proberen te zorgen dat we even loskomen van alles.”
Ondanks dat het bombarderen is gestopt, merkt Dana dat er nog veel zorg is: “Heel veel mensen voelen zich machteloos en niet fijn over deze situatie.” In de groep wordt verteld over executies, verkrachtingen en andere schendingen van mensenrechten voor de oorlog. “Mensen zijn ook bang tijdens de oorlog”, zegt ze, “maar sommige mensen hopen ook dat er door oorlog verandering komt.”
Hoop
Toch blijft de groep geloven in de toekomst. Ze heeft haar mede-leden, die bestaan uit diverse andere culturen en een aantal Nederlanders, verteld over de schoonheid van het land. Dana was er vorig jaar voor het laatst en blijft hoop houden op terugkeer: “We zouden graag aan cultuuruitwisseling doen. Er zijn mensen in de groep die nu al Farsi aan het leren zijn.”
Ondanks dat ze deze periode zoals ze aangeeft “best pittig” vindt, wil ze zich dan ook blijven ontwikkelen en inzetten voor de anderen. Ze kijkt naar de bloesem om haar heen: “Het is belangrijk om ook te leven.”
*De naam van Dana is bij de redactie bekend
Foto: Wikimedia Commons Uwe Dedering en foto Dana














