LOPIK/MILAAN – Stijn van de Bunt eindigde als negende in zijn eerste Olympische race. In Milaan reed hij een tijd van 6.12,94 op de 5.000 meter, iets meer dan drie seconden boven zijn persoonlijk record. ‘Een mooi debuut’, noemt NOS-commentator en oud-schaatser Erben Wennemars de rit.
De 21-jarige schaatser uit Lopik startte in de tweede rit. Hij reed tegen de Noor Sigurd Henriksen, die hij nog kent uit zijn juniorentijdperk. Van de Bunt opende snel, met rondetijden van onder de 29 seconden. Tegen het einde van de race kreeg hij het zichtbaar zwaarder en moest hij iets inleveren. Na afloop van zijn race had hij kortstondig de snelste tijd in handen, tot de Italiaan Riccardo Lorello een snellere tijd reed met 6.09,22 in de volgende rit. De gouden medaille ging naar de Noor Sander Eitrem, die met 6.03,95 een Olympisch record reed. De andere Nederlanders eindigden als zevende (Chris Huizinga) en elfde (Marcel Bosker).
Omkeren in de bus
“Zwaar op het einde”, blikt Van de Bunt terug op zijn race tegenover de NOS. “Ik ging iets te gek weg denk ik, achteraf.” Hij vertelt dat het hem in de busreis naar de ijshal toe even teveel werd. “Ik wilde eigenlijk wel omkeren. Maar eenmaal aan de start wilde ik er voor gaan. Ik had gehoopt dat ik dichter bij mijn niveau op het OKT (Olympisch kwalificatietoernooi, red.) kon zitten.” Hij reed toen in Heerenveen zijn PR van 6.09,30. Waar hij toen nog kon versnellen in de laatste drie ronden, zat dat er vandaag niet in. Zijn focus lag in de trainingen op de 10.000 meter. Op die afstand komt hij vrijdag in actie.
Lees ook: Sportpsycholoog Stijn van de Bunt: ‘Hij moet geen medaille willen halen’
Foto: Van de Bunt tijdens de training. TeamNL













