NIEUWEGEIN – Dankzij de oranje shirts was de sliert aan studenten niet te missen. Vanochtend marcheerden ze vanaf het Veiligheid & Defensie College in Nieuwegein via Houten in totaal dertien kilometer om aandacht te vragen voor Veteranendag.
“Je loopt door m’n beeld, man!”, roept een vrouw tegen iemand die voor haar de weg opstapt. Het is dringen op de stoep naast het Veiligheid & Defensie College in Nieuwegein. Ouders van de studenten willen allemaal het beste zicht op de groen-oranje sliert die passeert. Onder luid applaus marcheren de studenten het plein naast de school op. Voorop een groepje in jogtempo – de speedmars – daarachter de rest, bepakt met tien kilo aan bagage. Ze kijken strak voor zich uit – al zie je sommige stiekem zoeken naar bekenden in het publiek.
“Het heeft wel wat hè, als ze zo met z’n allen langslopen”, zegt Inge. Haar zoon loop de mars voor de tweede keer. Wat ze ervan vindt dat haar zoon het leger in wil? “Helemaal te gek. Ik kan ik er van alles van vinden, maar ik houd hem niet tegen. Ik zeg altijd: jaag na wat je droomt. En dat doet hij.” Ingrid, wier zoon ook meeloopt, denkt dat de studie voor iedereen goed zou zijn. “Het is een stukje discipline dat iedere jongere mee zou moeten krijgen.”
De deelnemers aan de speedmars:
Landelijke mars
Het is de vijfde keer dat de mars georganiseerd wordt. Landelijk lopen zo’n 2800 mbo-studenten van de opleiding Veiligheid en Vakmanschap (VeVa) de mars om aandacht te vragen voor veteranen in de week voorafgaand aan Veteranendag. Vanwege de hitte is de route in Nieuwegein met vier kilometer ingekort. Dertien kilometer legden de ruim 200 studenten en docenten af in iets meer dan vier uur.
‘Ik zou zo terug willen’
Eenmaal opgesteld in rijen van drie op het plein heet directeur Bas van den Brand de studenten welkom. “Goedemiddag studenten VEVA”, zegt hij. “Goedemiddag”, scanderen de studenten in koor. “Laten we ze begroeten met een daverend applaus.”
Onder de aanwezigen is Hans van de Tempel, een Nieuwegeinse veteraan die er op uitnodiging is. Op dit soort dagen denkt hij met weemoed terug aan zijn eigen missies. “Dat doet me toch weer wat. Ik zou zo terug willen.” Hij is uitgezonden naar Albanië, Macedonië, Kroatië, Eritrea, Ethiopië en Irak. “Ik kan me heel goed voorstellen dat sommige mensen er wat aan overgehouden hebben. Ik sta er gelukkig wat nuchterder in, ik zet het vrij makkelijk van me af.”
Hem is vooral bijgebleven hoe hij mensen daar kon helpen. “Dan zie je dat ze zo dankbaar zijn. Als je dan hier komt, en je ziet mensen zeuren over de kleinste dingen, dan denk ik: jonge, jonge. Je ogen gaan wel goed open.”
Oude adjudant
“We leiden ze ook op als deelnemers in de maatschappij”, vervolgt Van Den Brand zijn toespraak. “Je leert een vak, maar je leert ook jezelf kennen. Je leert het samen te doen en ook iets voor een ander te doen.”
Hij vertelt dat Nieuwegein de waardering voor veteranen belangrijk vindt en dat de burgemeester er daarom bij zou zijn. Maar door het inkorten van de route liet haar planning dat niet meer toe. Chris van Houcke spreekt de studenten daarom toe. Hij is actief dienend adjudant bij de verbindingsdienst en lid van het Comité 4 en 5 mei. “Ik vind het belangrijk er op m’n vrije dag te staan”, vertelt hij de verslaggever nadien. “Dat ze ook zien dat deze oude adjudant, die al 30 jaar bij de organisatie werkt, ook gewoon mee kan met die jongelui.”
VeVa Marcheert veteranemars Nieuwegein. Video Dirk Hooijer
‘Aan alles komt een eind’
Kayla liep de mars voor het eerst. “Je krijgt pijn aan je voeten, iedereen gaat hangend lopen. En het is code geel, dus hartstikke warm. Je moet wel je koppie omhoog houden en tegen jezelf zeggen: je bent er bijna, aan alles komt een eind.” En toch: “Toen we eenmaal binnen waren, dacht iedereen: 17 had ook wel gekund.”
Yannick is ook eerstejaarsstudent. “Ik vind het goed dat je opkomt voor de mensen die eerder voor het land gevochten hebben dan jij. Dankzij hen kunnen we nu in vrijheid leven.”
Foto: Dirk Hooijer














