Je leest vaak over de tegenstellingen tussen generatie Z en generatie X. De maatschappij ontwikkelt snel en drastisch en de jonge generatie groeit mee. Doet de generatie die opgroeide eind vorige eeuw dat ook? Wij, verslaggever Bo (GenZ) en eindredacteur Jacqueline (GenX), willen graag samen onderzoeken hoe groot de kloof tussen onze generaties nou echt is. Dat doen we in een wekelijkse column, waarbij we in app vorm verschillende thema’s bespreken.
Hi Jacqueline!
Daar zijn we weer. De vakantie is voorbij, de tentamens zijn begonnen en terwijl ik druk aan het leren was, merkte ik iets op: zonder dat ik het doorhad, pakte ik telkens mijn telefoon. Even scrollen. Even checken. Even online.
In eerdere columns hadden we het over ‘belangst’ en online daten, maar vandaag vraag ik me iets anders af: hoe zit het met telefoonverslaving?
Ik denk oprecht dat wij tot een van de meest verslaafde generaties ooit behoren. En het enge is: we zien het niet eens meer als een probleem. De telefoon is zo genormaliseerd dat we in het dagelijks leven niet meer zonder kunnen. Ik word wakker met mijn telefoon en ga ermee naar bed. Als ik de weg niet weet, pak ik geen kaart, maar open ik direct Google Maps. Ik betaal met mijn telefoon, zet mijn wekker erop en onthoud telefoonnummers al lang niet meer. Kortom: ik kan niet meer zonder en ik ken geen leven zonder.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over de snelle opkomst van ChatGPT en andere digitale hulpmiddelen. Alles digitaliseert razend snel. Als ik iets niet weet, vraag ik het online. Als ik een planning nodig heb, laat ik die maken. Het gemak is ongekend, maar soms vraag ik me af: gaan we er door de digitalisering op vooruit, of juist op achteruit?
Begrijp me niet verkeerd, de voordelen zijn er zeker. Ik kan contact houden met mensen die ik normaliter nauwelijks spreek, bijvoorbeeld na een vakantie. En met online apps kun je de mooiste en gekste dingen creëren. Maar tegelijkertijd zijn we ook kwetsbaar online en raken we minder in ‘echt’ contact in het dagelijks leven.
Stel dat er ooit een ramp gebeurt en mijn telefoon het niet meer doet. Wat kan ik dan eigenlijk nog? Ik weet niet hoe ik een kaart moet lezen of hoe ik een vuurtje moet maken. Natuurlijk zou ik dat nu kunnen opzoeken, maar zelfs daarin worden we gestuurd. Door algoritmes. Door wat we eerder hebben bekeken, geluisterd of geliket. Luister je één keer een zielig nummer? Dan is je hele feed ineens melancholisch. Kijk je naar één trend? Dan word je ermee overspoeld. Zo beïnvloedt onze telefoon ongemerkt hoe we ons voelen, negatief of positief. tot in hoeverre moeten we ons daarin laten sturen?
Soms denk ik na over de toekomst. Stel dat ik ooit kinderen krijg, in wat voor wereld groeien zij dan op?
Groetjes,
Bo
Beste Bo,
Algoritmes zijn de nieuwe drugs. En ik denk dat die voor heel veel generaties verslavend zijn. Alleen kent mijn generatie nog de tijd dat je in de trein zat en geen mobiel in je hand had. Ik herinner me een New Yorkse van mijn generatie die ooit zei: “Oh great, I have a phone from work, now my boss can reach me anywhere.“
Zo is het maar net. Je kunt bijna niet meer lezend of het landschap bewonderend in de trein zitten. Als ik nu rondkijk, zie ik in de trein veel mensen met hun mobiel en oortjes die soms ook de omgeving laten meegenieten van de film die ze kijken. Ik hoor mensen smoezen verzinnen als “mijn batterij was leeg” of “ik had geen bereik” om maar even ongestoord te kunnen zijn.
Mijn generatie probeert soms af te kicken, omdat ze ook weet hoe mooi het leven kan zijn zonder een stroom van video’s of berichten over de Beckhams. Het echte leven is al intensief genoeg, waarom zouden we er nog een tweede of derde digitale leven op na willen houden.
En ja, het biedt ook voordelen. Zonder digitale routeplanner zouden ik en mijn partner opnieuw flinke discussies voeren. Ik ben weleens woedend uitgestapt omdat ik op de papieren kaart een mooi lijntje naar de bestemming had getrokken en hij dat in twijfel trok en eigen alternatieven voorstelde. Als mijn geheugen me in de steek laat wat, naarmate je ouder wordt, vaker schijnt voor te komen, is daar altijd een zoekmachine. Je hoeft dus niet meer wakker te liggen van de vraag “wie is ook alweer de acteur die de psychiater in Gooische Vrouwen speelt?” Handige zoekmachines geven overal antwoord op.
Het nadeel is dat onze hersens luier worden en we weleens vergeten hoe leuk het echte leven is. Op social media spelen veel mensen een (vaak gelukkige) rol. Niet voor niets krijgen mensen die laten zien dat het wel moeilijk is om af te vallen of te scheiden heel veel sympathie (likes). Dat is herkenbaar, want het echte leven is voor bijna niemand vlekkeloos.
Volgens Erik Scherder is het goed je hersens te trainen. Ik denk dus dat het sowieso goed is om uit je hoofd optellingen te maken. Zelf probeer ik (soms wel op de computer, sorry) spellen te doen die je hersens trainen.
Misschien moeten we ook bewuster ons leven ervaren. Laten we eens -heel eng- zonder mobiel de deur uitgaan, de natuur in. Echte bomen en vogels zijn boeiender dan de exemplaren op digitale plaatjes. Op een terras zitten en mensen bestuderen is mijn guilty pleasure als ik ergens moet wachten. Zoveel interessanter dan het tiende Instagram-filmpje over iemand die een nieuw gerecht maakt.
Laten we we net als vroeger uit eten gaan met iemand en echt luisteren naar wat diegene vertelt, zonder: “sorry hoor, even kijken of dit belangrijk is” of “ik kan zo gebeld worden.’ De ping op tafel is een stoorzender voor echt contact geworden.
We zijn leuke mensen, met fouten en imperfecte levens. Ons echte leven is leuk genoeg zonder digitale wolk er omheen. Twijfel daar nooit aan omdat een algoritme, fake bericht of hersenloze influencer op een eiland met palmen je iets anders vertelt. Leef bewust en geef dat voorbeeld vooral aan kinderen mee.
Hartelijke groet,
Jacqueline















