Je leest vaak over de tegenstellingen tussen generatie Z en generatie X. De maatschappij ontwikkelt snel en drastisch en de jonge generatie groeit mee. Doet de generatie die opgroeide eind vorige eeuw dat ook? Wij, verslaggevers Bo (Gen Z, 19 jaar) en Jacqueline (Gen X, leeftijd wil ze niet zeggen), willen graag samen onderzoeken hoe groot de kloof tussen onze generaties nou echt is. Dat doen we in een wekelijkse column, waarbij we in app-vorm verschillende thema’s bespreken.
Hee Jacqueline,
Hi Bo,
Ook ik probeer te minderen, want ik heb het al zo druk met mijn eerste leven. Laat staan dat ik er nog een tweede of derde leven op Insta, Facebook, X en LinkedIn op na moeten houden. Zonde van de tijd om altijd maar blije foto’s van bijvoorbeeld een zelfgebakken appeltaart op socials te moeten zetten. Dus ik probeer digitaal te rantsoeneren: tweemaal per week op Insta, tweemaal op LinkedIn en bij voorkeur niet of nauwelijks op de rest. Lukt niet altijd, maar helpt wel om te minderen.
Als pubers en jongvolwassenen keken we regelmatig met een groepje vrienden of familie films van de videotheek, een soort bibliotheek voor films. Later draaide je opgenomen of gekochte video’s af op een kolossaal apparaat met de dikte van een huidige stereoset. We keken naar Dallas, Dynasty of de zaterdagavondshows die je toen nog had. Ik weet nog dat Mies Bouwman, Fred Oster, Willem Ruys of – Duys en Ron Brandsteder een belangrijke rol speelden.
We kookten samen voor etentjes, soms bij de een, dan weer bij de ander. Daarna praatte je, je ging kaarten of andere spellen spelen. Zoals ’truth or dare’, waarbij je elkaar vragen stelde en dan eerlijk moest antwoorden of een opdracht moest vervullen. Dat leverde soms bijzondere ontboezemingen op die de stemming ook weleens konden verpesten; ik herinner me bijvoorbeeld een jongen die nogal eerlijk antwoordde op de vraag van zijn vriendin of hij weleens naar de hoeren was geweest. Die avond werd niet meer leuk.
En ja, we lazen veel. Bij ECI betaalde je een vast bedrag per maand en kon je een voordelig pakket boeken aanschaffen. Experts zouden geen lijn kunnen ontdekken in mijn daardoor nogal gevarieerde leesstart: oorlogsboeken van mijn vader, romans van mijn moeder en af en toe iets dat je zelf uit kon kiezen. Dat afgewisseld met de boeken die je voor school moest lezen.
Her en der lag een leesmap, waarmee een kapper of gezin wekelijks een stapel tijdschriften kreeg. Na een week ging de map naar de volgende lezers. Best viezig en je vond soms erg oude bladen in zo’n map. Maar nieuwswaardigheid was blijkbaar toen minder belangrijk.
We waren veel in de natuur. Ik herinner me weekenden met kleine tentjes op Texel en hangen langs het zwembad of op het strand. We luisterden dan weer bij de een, dan weer bij de ander naar langspeelplaten en later CD’s. En we gingen veel uit. Een van mijn eerste leidinggevenden dacht daardoor dat ik het hele weekend in de disco hing. Ik voelde me bijna schuldig als ik op zaterdagavond in bed een Suske en Wiske lag te lezen. Maar er was gelukkig niemand om op socials of Whatsapp te checken wat je aan het doen was.
Ik heb met een aantal mensen die hun einde zagen naderen in mooie gesprekken teruggekeken op hun leven. En ik kan je vertellen: niemand noemt de keuken of bank die hij in 1980 heeft gekocht of het aantal volgers op Facebook of Instagram. Het gaat om de vakanties, de feesten, bijzondere evenementen en -vooral- de mensen met wie je die leuke dingen hebt gedaan. Als het over werk gaat, gaat het over goede collega’s of gezellige bijeenkomsten. Niet over te hard werken of aandacht op LinkedIn voor je project. De herinneringen zitten in je hoofd, dus als het niet (digitaal) is vastgelegd: jammer, maar daardoor niet minder waardevol.
Dat is voor mij een les geweest. Waar wil ik -hopelijk pas over veertig jaar- op terugkijken. Hopelijk niet op 10.000 uur schermtijd, maar op de gezellige mensen en leuke dingen.
Hartelijke groet,
Jacqueline
Fotobewerking: Annabel Rutten














