IJSSELSTEIN – Waar het COA normaal twee maanden rekent om een noodopvang neer te zetten, hebben ze die in IJsselstein in vijf weken uit de grond gestampt. Volgende week komen de eerste statushouders aan op het tweede veld van IJFC, waar ze maximaal zes maanden verblijven. Het COA nodigde buurtbewoners uit om de opvang te bekijken.
150 statushouders komen er te wonen. Dat zijn allemaal nareizigers: mensen die al een familielid in Nederland hebben wonen en bovendien een verblijfsvergunning. De kamerindeling gebeurt per gezin. Er slapen vier personen op een kamer, per unit zijn er twintig kamers. In de keuken kunnen de bewoners zelf koken. Toiletten en douches zijn er in aparte gebouwen.
Hoe ziet de noodopvang er van binnen uit?
Het COA organiseert activiteiten op de locatie en stimuleert de statushouders om deel te nemen. Er wordt Nederlands les gegeven en activiteiten georganiseerd. Dat gebeurt in samenspraak met vrijwilligers, waar zich al zo’n 70 mensen voor hebben aangemeld.
Op het terrein zijn meerdere medewerkers van het COA aanwezig. Er zijn woonbegeleiders die dagelijks met de bewoners in contact zijn. Programmabegeleiders geven trainingen om bewoners kennis te geven over de Nederlandse maatschappij. Er is een huismeester en een casemanager, die zich met juridische zaken bezighoudt.
Beveiliging
In IJsselstein wordt wisselend gereageerd op de noodopvang. Sommigen willen de vluchtelingen een warm welkom heten, maar er zijn ook mensen die zich verzetten tegen de opvang. Wethouder Mark Foekema begrijpt hun zorgen. “Mensen hebben vaak angst voor overlast of crimineel gedrag. Er komt goede beveiliging, 24 uur per dag. En het heeft extra aandacht van boa’s en politie.” Daarnaast is er een klankbordgroep ingericht. “Met inwoners, buurgenoten, de voetbalclub en de bso die hier zit, zodat we direct contact met hen hebben over hoe het gaat. Voor inwoners is er een telefoonnummer van het COA dat ze altijd kunnen bellen.”
Foto: Dirk Hooijer














